maandag 15 mei 2017

Maandag

Geert was dol op gamen. Hij kocht geregeld nieuwe spelletjes die hij samen met zijn vriend Doris betaalde. Zo bleef het nog redelijk betaalbaar om steeds de nieuwste games in huis te hebben. Naast gamen was hij vaak uren kwijt achter de computer met andere dingen. Zoals hij zelf zei voor zijn werk, maar omdat ik me er niet voor interesseerde vroeg ik er niet naar. Het was duidelijk dat hij ook liever niet had dat ik erbij was als hij op de computer bezig was. Het was dan beter voor mij om me niet in de buurt van de bijkeuken te begeven. Die paar keer dat ik het wel deed om hem wat te drinken te brengen werd ik weer weg gestuurd, nog voordat ik kon zien wat hij aan het doen was had hij het scherm al weggeklikt. Ik verbaasde me er enkel over waarom hij altijd twee computers aan had staan, terwijl hij toch altijd maar met 1 game bezig leek te zijn. Maar omdat ik geen verstand had van computers liet ik het er verder bij, en ging ik elke keer als hij in zijn hok zat iets voor mezelf doen.

Maandag

‘Heb je je nooit afgevraagd wat hij op die computers aan het doen was?’ vraagt van Etten. Hij haalt een hand door zijn zwarte haren en slaat zijn ene been over zijn andere heen.
Het is aangenaam warm in de kamer, het zonnetje schijnt door de hoge ramen naar binnen, recht op de bank waarop ik lig.  
‘Nee, eigenlijk niet. Hij was vaak bezig met downloaden van films of muziek, maar in die tijd was iedereen daar mee bezig. Bovendien was het zijn werk om met computers bezig te zijn, dus was zijn interesse ook helemaal niet vreemd. Hij had me wel eens verteld dat je je makkelijk onzichtbaar kon maken op het internet. Daar had je speciale software voor die je ip-adres constant veranderde. En ik weet nog dat je werkelijk niks meer van hem terug kon vinden op het internet. Ja een website die hij ooit eens gemaakt had om wat uit te proberen met scrips, maar daar stonden enkel wat stomme plaatjes op van Beavis and Butthead.’
Ik ga rechtop in de bank zitten en probeer een geeuw te onderdrukken. De warmte heeft me loom gemaakt. Ik kijk op de klok en zie dat de sessie bijna voorbij is. We zijn nu eindelijk op het punt gekomen waar het allemaal om draait. Zijn computer en zijn eindeloze drang om daar zovele uren achter door te brengen. Zoveel uren dat het soms leek dat niets belangrijker was dan dat scherm voor hem op het bureau. Hij had er meer belangstelling voor dan voor mij. Dat was zeker.
‘Goed. We komen langzaam tot de kern van de zaak. Zijn ongewone belangstelling voor de computer. Voor de volgende keer wil ik dat je wat dingen voor jezelf op een rijtje zet. Heb je ooit dingen aan hem gemerkt als hij op die computers bezig was? Had hij bepaalde voorkeuren voor de games die hij speelde? En vanaf wanneer begon je het echt op te vallen dat hij meer belangstelling had voor de computer dan voor jou?’
Hij staat op van zijn stoel, ik volg zijn voorbeeld en geef hem een hand. Buiten haal ik mijn fiets van het slot en rij  naar huis. Het is licht gaan regenen en kleine druppeltjes doorweken mijn broek die al weldra klam om mijn benen plakt. Mijn winterjas geeft nog wat langer bescherming, pas als ik thuis ben merkt ik pas hoe koud ik het heb. Ik ril over heel mijn lijf en voel zoetjes aan de pijn weer opkomen in mijn borst, mijn armen beginnen te tintelen en mijn ademhaling versnelt. Ik probeert mezelf te kalmeren, maar kan zo snel niet voorkomen dat ik even totaal in paniek raak. Pas als de tranen over mijn wangen stromen kom ik weer een beetje bij zinnen. Dit is hij niet waard. Hij mag mijn leven niet meer zo beïnvloeden. Om op Ilse, je kunt het . Je bent sterk. Hij kan je niets meer doen.
Net op dat moment gaat de telefoon, ik laat hem rinkelen tot hij stopt, sla mijn handen voor mijn ogen en zak huilend in elkaar op de grond. Pas als ik de beltoon van mijn mobieltje hoor kom ik weer een beetje bij zinnen. Ik kom overeind, haal mijn telefoon voor de dag en neem op als ik zie dat het Joost is die belt. ‘Met Ilse,’ ik snik nog na als ik zijn vertrouwde stem in mijn oor hoor.
‘Meisje toch. Het was heftig bij de therapie zeker?’ Ik knik, en fluister zachtjes ja.
‘Doe maar rustig aan, pak lekker een bad, ik kom er nu aan om de kinderen op te halen dus maak je daar ook maar niet druk over.’
Ik knik bevestigend en zeg ja als ik besef dat hij dat natuurlijk niet kan zien aan de andere kant van de lijn. Ik zucht opgelucht als ik wat later ophang. In de wetenschap dat hij er voor de kinderen is, en dat ze allemaal zo naar huis komen loop ik naar boven naar de badkamer, laat het bad vollopen en kleed me uit. Het water voelt heerlijk bevrijdend. Ik kan me eindelijk ontspannen, en de pijn in mijn borst wordt met elke ademteug minder. Beneden hoor ik de telefoon weer rinkelen. Maar ik blijf stil liggen in het warme water. Voor nu ben ik er even niet.


woensdag 10 mei 2017

Blaasbloemen



Als kind, en nu eigenlijk nog steeds wel, kon ik altijd vol bewondering kijken naar een weiland dat in de lente helemaal geel kleurde van de paardenbloemen. Dat duurde nooit heel lang, want al snel werd het geel gemengd met het grijzige wit van de blaasbloemen, prachtige doorzichtige pluizenbollen die je kon plukken en waarvan je de zaadjes met een flinke ademtuig weg kon blazen.






Deze blog is dan ook een ode aan de blaasbloem. Want van dichtbij bekeken is het een wonderlijke bol. De zaadjes zitten, eenmaal helemaal uitgevouwen, zeer los en kwetsbaar aan de kern vast, wachtend op dat ene zuchtje wind dat ze mee zal voeren naar een plekje waar ze wortel kunnen schieten.





In het late licht van de avond, als de zon laag aan de hemel staat, lijken de zaadjes op het speciale manier het zonlicht te filteren. Als je goed kijkt zie je zelfs de kleuren van de regenboog.





















maandag 8 mei 2017

Dinsdag

Dinsdag

Valentijnsdag. Ik lig op de bank bij de psycholoog. We hebben zojuist enkele herinneringen samen doorgenomen die ik op papier heb gezet. Het is nog niet veel, maar volgens hem hebben we al een mooi begin gemaakt. Ik kijk naar hem, terwijl hij in zijn stoel zit, een notieblok op schoot waarin hij zo nu en dan aantekeningen maakt. Het is een man, van middelbare leeftijd, zwart haar, een beetje grijs al bij de slapen. Een klein brilletje staat op zijn neus, zijn ogen zijn op mij gericht.
‘Als je zo alles voor jezelf op een rijtje zet, hoe voel je je daar dan bij?’
‘Gewoon goed. We hebben hele leuke dingen gedaan samen. Hij was een fijne man om mee te praten, hield van uit eten gaan, mooie kleren, eindeloos shoppen. Hij had ook een uitgesproken mening over het inrichten van het huis. Als hij iets bedacht had dan moest het ook precies zo gebeuren zoals hij het graag wou en niet anders. Maar hij had wel smaak. Wat dat betreft ben ik echt waardeloos als het op inrichten van huizen aankomt. Als het maar gezellig en functioneel is, dan vind ik het al een heel eind goed.’
‘Hij was een perfectionist.’ Concludeert de beste man, hij strijkt met zijn hand over zijn kin. Ik probeer op zijn naam te komen. De heer van Etten, Pieter van Etten. Ja, dat was het. Ik zit zo met mijn hoofd in het verleden dat ik soms alles om me heen vergeet.
Van Etten staat op uit zijn stoel, ik kom overeind en ga voor de bank staan.
‘Voor vandaag houden we het voor gezien. Ga gewoon door met schrijven. Je bent op de goede weg. Ik had ook niet verwacht dat je nu al meteen tot de kern zou komen, dit heeft zijn tijd nodig. Jullie zijn zoveel jaren samen geweest, dat schrijf je niet ineen keer allemaal op.’ Hij geeft me een stevige hand en begeleidt me naar de deur van zijn praktijk. ‘Dan zie ik je volgende week dinsdag weer!’
Ik loop zijn kamer uit, verlaat het gebouw en loop naar het fietsenrek. Ik haal mijn telefoon voor de dag en zie dat ik 4 gemiste oproepen heb. 3 van een onbekend nummer en eentje van Joost.
Ik stop mijn telefoon weer terug in mijn tas en spring op de fiets. Het is heerlijk weer voor februari. Voor morgen hebben ze zelfs 15 graden voorspeld, wat nu moeilijk voor te stellen is met deze koude wind. Ik trek de kraag van mijn jas nog wat verder omhoog. De zon schijnt fel in mijn gezicht, maar voelt heerlijk aan op mijn huid. Ik baal ervan dat ik mijn zonnebril niet op heb, maar wie had van het weekend nou kunnen bedenken dat het zulk mooi weer zou worden. Het voelt bijna als lente!
Even voel ik me ongerust over het onbekende nummer dat me al sinds gisteren probeert te bellen, maar ik bedenk me dat het vast een loterij is. Die blijven je tenslotte ook net zolang bellen totdat je een keer opgenomen hebt.
Thuis zet ik mijn fiets in de schuur, en schenk ik een glas water in. Ik bel eerst Joost terug.
‘Hoi lieverd, hoe was het bij de psycholoog?’
‘Goed we vorderen gestaag. Heb je trouwens nog iets van de hack bij de gemeente gehoord?’
‘Nee, daar zijn ze nog steeds volop mee bezig. Er schijnt minder schade te zijn aangericht dan ze in eerste instantie dachten. Voor zover ze nu weten zijn er geen persoonsgegevens gestolen, maar het is natuurlijk moeilijk te controleren met zoveel inwoners. Vooralsnog lijkt het erop dat de dader er vooral op uit was om ons te waarschuwen dat onze beveiliging niet op orde was. Maar even iets anders, zorg jij ervoor dat je om half 5 thuis bent.’
‘Waarom?’
‘Dat merk je dan wel.’
‘Is goed, ik had verder geen plannen voor vanmiddag.’
‘Prima, dan zie ik je vanavond. Ik hou van je lieverd.’

‘Ik hou ook van jou, tot vanavond.’ Ik hang op met een lichte opwinding in mijn buik. Zou hij dan toch aan Valentijn hebben gedacht?

woensdag 3 mei 2017

Koningsspelen




De kinderen al vroeg naar school gebracht om op tijd te zijn voor het ontbijt. Na het eten werden ze in groepjes verdeeld en gingen ze met zijn allen op weg naar de sportvelden.
De stemming zat er al goed in. Vrolijk uitgedost in oranje met rood wit blauwe strepen op hun wangen, haarbanden met kroontjes op het hoofd of rood wit blauwe speltjes in het haar gestoken. Iedereen had wel iets wat op of om hangen wat paste bij de koninklijke dag.







Na een vrolijke opening met muziek en dans spreidden de groepjes zich uit over de sportvelden waar de verschillende spelletjes op hun stonden te wachten.







Niet elk spelletje werd even enthousiast ontvangen. Zo waren er bij het voetbal enkele meiden die het na enkele minuten al voor gezien hielden en op de banken plaatsnamen naast het veld, waarvandaan ze gezellig alles eens gingen doornemen. Hun tegenstanders daarmee vrij spel gevend.





Een ander mooi spel was met een stapel kratjes. Hierbij moest je met de kratjes een baan maken en door de laatste krat telkens door te geven en vooraan neer te leggen kon je je als groep verplaatsen. Wie dit als eerste gedaan had moest proberen om de kratjes ook weer een voor een terug te brengen en op een stapel te zetten. Wie als eerste klaar was had gewonnen. Opvallend was dat bij sommige groepen, de jongens en meisjes die bij het eerste onderdeel voooraan lagen het vaak verloren als het op de snelheid aankwam.









Ook het honkbal, waar kort de basisprincipes van werden uitgelegd werden niet altijd even goed ontvangen. Het was ook niet makkelijk om met een stok het balletje te raken wat op de paal lag. Gelukkig kreeg je ruim de tijd om op zijn minst een keer de bal weg te slaan. De een was er duidelijk meer bedreven in dan de ander. Waarbij de een met de tong tussen de tanden het enkel voor elkaar kreeg om de bal in een slap boogje tegen de grond te slaan, lukte het een ander om de bal hoger de lucht in te krijgen waardoor omstanders goed moesten kijken dat ze niet in het slagveld stonden.












Andere spelletjes die gedaan konden worden waren jeu de boules, de stormbaan, touwtrekken en estafettekwartet. Het onverwacht stralende weer zorgde voor een geslaagde spelletjesdag.
















maandag 1 mei 2017

Zaterdag

Zaterdag

Joost is het hele weekend weg met vrienden, dus ben ik samen met de kinderen van plan er een lekker rustig weekendje van te maken. Het heeft gesneeuwd, en als we met zijn drietjes met de slee door het dorp heen lopen is het gezellig druk in de straat met kinderen die samen met hun vader of moeder druk doende zijn met sneeuwballen rollen, al weldra wordt de straat bevolkt door een vrolijk wit sneeuwpoppenvolkje, met bonte mutsen en sjaals en prachtige oranje wortels als neus. Hier en daar wordt er een sneeuwbal naar onze hoofden geslingerd, maar het levert alleen maar een heleboel vrolijke gezichten op. Een keer gaat Jordy zelfs van de slee af om wat sneeuw op te pakken, er een bal van te rollen tussen zijn handschoenen en de bal vervolgens terug te gooien naar de jongens die even daarvoor nog op ons gemikt hebben. Hun lol kan niet meer op, en al weldra zijn ze verwikkeld in een heus sneeuwballengevecht. Daantje vindt het maar niets en gebaart dat we door moeten sleeën. Ik trek de slee lachend verder.
Na een klein uurtje zitten we weer binnen. De kinderen hebben een warme beker chocolademelk gekregen en ik hou een grote mok koffie tussen mijn koude handen. Sneeuw is mooi, maar de kou is niet helemaal mijn ding.
De telefoon gaat, ik verwacht Joost aan de lijn te krijgen, maar ik hoor alleen een ijzige stilte. Ik wacht tot er iemand begint met praten, maar hoor enkel wat zacht gerommel op de achtergrond, gevolgd door een klik en een vrouwelijke computerstem die goodbye zegt, waarna de verbinding verbroken wordt. Met een akelig gevoel zet ik de telefoon weer terug op de standaard en ga weer op de bank zitten. De kinderen kijken me verbaasd aan. ‘Wie was dat mama?’
‘Geen idee.’
‘Was dat papa?’ probeert Daantje nog.
‘Nee, niet papa. Gewoon iemand die een beetje lollig denkt te zijn.’
In een opwelling pak ik mijn mobieltje erbij en tik rare telefoontjes goodbye in het zoekvenster van google. Al snel verschijnen er enkele hits in het scherm. Ik klik de eerste aan en lees de ervaringen van meerdere mensen die met telefoontjes te maken hebben gehad. Sommige waren na het telefoontje nog weken lang lastiggevallen door een medewerker van Microsoft die beweerde dat hun computer gehackt was, andere hadden na dat telefoontje nergens geen last meer van gehad.
Gelukkig ben ik niet de enige is mijn eerste gedachten. Voor de zekerheid wijs ik de kinderen er toch nog even op dat ze niet meer zomaar de telefoon mogen opnemen. Ze kijken me niet begrijpend aan.
‘Kunnen die mensen dan ook hier binnen komen?’
‘Nee, gelukkig niet,’ probeer ik Jordy gerust te stellen. Ze hebben alleen maar een telefoonnummer, en daarmee kunnen ze niet in je huis komen, probeer ik mezelf gerust te stellen. Maar het lukt me niet helemaal om het akelige gevoel dat me is bekropen van me af te schudden.
Voor de zekerheid heb ik ’s avonds de stekker van de telefoon eruit getrokken wat me meteen een verontrust telefoontje van Joost oplevert.
‘Alles goed daar bij jullie?’
‘Ja, alles goed. We hebben vandaag fijn in de sneeuw gespeeld.’
‘Wat leuk, was er veel sneeuw gevallen?’ gerommel op de achtergrond. ‘Ja, is goed. Ik kom er zo aan! Wij hebben alleen een beetje sneeuw onderweg gehad, maar hier is het verder alleen maar regen wat er valt.’
‘Er was een aardig laagje gevallen, maar het meeste is inmiddels alweer weg.’
‘Ilse, is alles goed? Waarom heb je je telefoon afgesloten?’ hij klinkt bezorgd.
‘Ik kreeg een vreemd telefoontje.’ Zeg ik en leg hem uit wat er gebeurd is, dat ik op google heb gezocht om te kijken of er meer mensen hetzelfde hadden meegemaakt, en dat het dus eigenlijk wel mee lijkt te vallen.
‘Ik ken jou Ilse, als jij denkt dat het allemaal wel meevalt, dan trek jij er niet zomaar de stekker uit.’ Hij zucht. ‘Laat je niet bang maken, meid. Het is gewoon een bende die op die manier probeert om telefoonnummers te achterhalen, zoals je zelf net al zei. Niks aan de hand dus. Maar als je het niet vertrouwd dan bel je toch gewoon de politie?’
‘Het was een anoniem nummer. Daar kunnen ze toch niks mee. Laat maar. Ik laat er gewoon de stekker uit totdat jij weer thuis bent, niks aan de hand.’ Ik kan hem bijna horen glimlachen door de telefoon. ‘Niet lachen!’ zeg ik, en ik weet ook best dat mijn angst ongegrond is, maar toch ben ik nog steeds niet helemaal gerust.
‘Hoe laat denk je morgen thuis te zijn?’
‘We vertrekken na het avondeten, dus ik verwacht tegen middernacht thuis te zijn, maar maandag ben ik ook nog vrij, dan kan ik mooi de kinderen naar school brengen!’
Als ik wat later ophang voel ik me alweer een stuk beter.


maandag 24 april 2017

Oktober 2013

Oktober 2013

Om 3 uur was de sleuteloverdracht bij de woningstichting in Beek en Donk. Ik was al op tijd weggereden bij de supermarkt, zodat ik nog ruim de tijd had om me nog even om te kleden en de papieren te pakken. Ergens was het best nog een spannend moment, en eerlijk gezegd ook wel erg snel gegaan. Het was nooit mijn bedoeling geweest om mijn appartementje al zo snel weer vaarwel te zeggen, maar er wachtte me een nieuwe uitdaging die ik met beide handen had aangegrepen.
Mijn ouders hadden me voor gek verklaard, hoe kon ik nou al zo snel met die jongen gaan samenwonen, ik kende hem nauwelijks. Bovendien mijn moeder had er geen goed gevoel bij, wat ik wijde aan het feit dat ze zoveel uren in mijn appartementje hadden doorgebracht om het helemaal naar mijn zin te maken. Dat ik dat zo snel weer op kon geven daar snapte ze helemaal niets van.
Na vier kijkers was er nog steeds niemand die het appartementje over wilden nemen, omdat ze meeste afgeschrikt werden door de felle kleuren behang op de muren. De overhandiging van de sleutel was dan ook puur bedoelt voor mij, om alles definitief af te sluiten met de woningstichting.
Ik reed met mijn wagentje naar mijn nieuwe thuis. Een nieuwe toekomst tegemoet.
Plots een auto van rechts die ineens de weg oprijd. Ik ging volop de rem, maar kon niet meer voorkomen dat ze de voorkant van de auto volledig in de prak reed en ik keihard met mijn knieën tegen het dasboardkastje aanvloog.
Beduusd bleef ik zitten. De bestuurster uit de andere auto is inmiddels uitgestapt.
‘Sorry, sorry, ik had je niet gezien. Ik dacht… gaat het?’
‘Ik kwam met een door pijn vertrokken gezicht voorzichtig uit mijn auto, maar het lukte me niet om op mijn benen te gaan staan. De schrik zat er goed in. De mevrouw belt de politie, die wat later aangereden kwamen en onze auto’s van de weg af reden zodat het overige verkeer weer verder kon rijden. Ik belde totaal in de war Geert op. ‘Ik kom er zo snel mogelijk aan. Gaat het?’

De agenten hielpen ons met de schadeformulieren, de sleepdienst werd gebeld, en ik mocht achterin de politiewagen plaats nemen met al mijn boodschappen, waarna ze me netjes bij mijn nieuwe thuis afzetten. Mijn moeder was intussen al op de hoogte gebracht van alles, en ze had al contact gehad met de woningstichting over de sleutel. Gelukkig kon de afspraak verzet worden naar een later tijdstip, maar het was uiteindelijk mijn moeder die de sleutel ingeleverd had, mijn auto bleek total loss. Alles wat ik had was ik in een klap kwijt. 

woensdag 19 april 2017

Ogenblik






Ogenblik

Bruine kijkers 
Kijken 
Je aan 
Je ogen zacht 
Blik op de camera 
Gericht 

Omdat je even 
Voor de
Mooie woorden 
Van de
Fotografe 
Bent gezwicht



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
Bedankt voor het lezen van mijn blog. Ik vind het leuk als je een reactie nalaat.

Totaal aantal pageviews